Menu

Verslag van een leuke gastles

Johan Broens heeft als docent scheikunde jarenlang voor de klas gestaan in het voortgezet onderwijs. Op uitnodiging van zijn overbuurmeisje gaf hij vlak voor de zomervakantie een gastles chemie aan groep 6 van basisschool De Arke in Burgum. Superleuk!
Wij vroegen hem hiervan een verslag te maken en dat heeft hij gedaan ter inspiratie voor anderen!





Chemie op De Arke

Het liep erg leuk. Veel grappige en geïnteresseerde reacties van de kinderen. Bijvoorbeeld een jongetje: ‘Dat lijkt me erg leuk straks op de middelbare school!’. En mijn overbuurmeisje wil nu zelfs later een richting/beroep gaan kiezen met proefjes. De les nam zo’n anderhalf uur in beslag met inbegrip van de pauze.


Introductie

Bij C3 had ik de 30+5 gratis proevenwaaiers besteld, die ik na afloop van de les heb laten uitdelen. Ik had, samen met wat ik aan materiaal al thuis had en wat ik geleend had van een middelbare school in het dorp, wat glaswerk en andere spullen op een met zeil afgedekte tafel voor me uitgestald. Denk aan zaken als reageerbuisrekje + reageerbuisjes, erlenmeyer, mortier + stamper, spatel en een spuitfles.

Ik begon de les met het kort vertellen van de functie van dit materiaal. Bijvoorbeeld: Wat is de nuttige functie van de vorm van de erlenmeyer? Ook haalde ik een anekdote aan over een mislukte proef vroeger in mijn klas waar de gewreven stof in de mortier ontplofte en de stamper het klaslokaal doorvloog, maar gelukkig geen leerling raakte!

Daarna schreef ik rechts op het digitale bord de volgende formules onder elkaar: H2, O2, N2, H2O, CO2 en CH4. Om vervolgens te vragen wie daar iets bekends in zag. Zowaar reactie over H2O en CO2! Ook snel even verteld waar die formules verder op sloegen en gezegd dat ik er later in de les nader op in zou gaan.

Wel genoemd: De brandbaarheid van H2 en dat het daarom niet meer in ballonnen mag. Gekoppeld aan een anekdote hoe ik als jongen op hun leeftijd op de kermis had meegemaakt dat een man met een sigaar in de mond een ballon kocht van een koopman. De sigaar liet de gekochte ballon ontploffen en daarbij ook alle andere ballonnen van de koopman. Waarna van beide mannen het haar in brand stond.

Naar aanleiding van deze anekdote vertelde ik vervolgens over de veiligheid op het laboratorium waar dames met lang haar altijd een paardenstaart moeten maken bij het werken. Ook vertelde ik dat duikers niet met zuivere zuurstof werken, omdat dat ongezond is. Dus dat de 4/5 deel (80%) stikstof in lucht een nuttige functie heeft.

Daarna ging ik in op wiskunde en de natuurwetenschappen en een paar beroepen genoemd die eraan gekoppeld kunnen zijn. Ook iets verteld over de Nederlandse naamgeving (Simon Stevin) in de Gouden Eeuw voor de natuurwetenschappen en genoemd dat Japan het enige land was dat deze naamgeving (in hun taal) overnam en waarom (eilandje Decima!). Vervolgens op scheikunde doorgegaan. Analyse en synthese genoemd en uitgelegd, en toegelicht welke beroepen en industrieën eraan gekoppeld zijn.



De scheikundeles – theoriebeginselen

Mijn thema bij de ‘scheikundeles’ was:

  • Taal –> woord –> letters
  • Stof –> molecuul –> atoom

Daarop voortbouwend met:

  • Hoeveel letters -> hoeveel woorden?
  • Hoeveel atomen -> hoeveel moleculen?

Ooit zijn ‘gekke’ tekentjes bedacht voor de letters.

Arabieren hebben andere ‘gekke’ tekentjes voor de letters en in China hebben ze al heel lang geleden tekentjes bedacht voor de woorden (momenteel circa 12.000, dus onhandig tegenwoordig voor het toetsenbord van de computer).

 Zo zijn er ook vroeger eerst ‘gekke’ tekentjes bedacht voor de atomen, waarna men al gauw overging op het gebruik van de letters ervoor:

  • Voor de atomen de lettersymbolen
  • Voor de moleculen de formules

Op het digibord schreef ik links symbolen voor een aantal atomen: H, O, N, C, Ca, Mg. Dat koppelde ik aan de formules die al rechts op het bord stonden en daarbij legde ik uit waar de getallen in de formules vandaan komen. Daarbij kwam ook aan de orde waarom formules van de metalen en bij koolstof men de cijfers maar weglaat. De getallen zouden dan veel te groot worden.

 Vervolgens heb ik de formule van kristalsuiker (C12H22O11) en van glucose/druivensuiker (C6H12O6) op het bord gezet en verteld wat de spijsvertering doet met het kristalsuiker.  En wat glucose daarna in onze cellen doet met het ingeademde zuurstof en dat de verbranding in de onze cellen in kleine stapjes gebeurt.

Toen vroeg een meisje of ze naar de wc mocht. Dus ik heb hier even een pauze ingelast voordat ik met de vertoning van de proeven begon.
Waarna er veel meer naar de wc renden (spanning?).


De scheikundeles – proefjes

Mijn overbuurmeisje, als initiatiefneemster voor mijn gastles, was mijn assistente bij de nu te vertonen proefjes. Daarvoor had ik van de TOA van een middelbare school in het dorp wat materiaal en wat stofjes meegekregen. Ook kreeg ik een labjasje op maat voor mijn assistente. Voordat we van start gingen, kwam opnieuw de veiligheid aan de orde. Daarna met labjas en veiligheidsbril aan de slag. Omdat ik in hun lokaal geen rotzooi wilde achterlaten, heb ik (gekoppeld aan de volgorde in edelheid van metalen!) de volgende proefjes vertoond:

1) Het verschil tussen het proberen aan te steken van ijzerdraad en van staalwol. Bij de laatste geeft het vonken!

Leuke reactie van een leerling: ‘Spelen met vuur!’.

Dit heb ik uitgelegd met behulp van een kubusvormig blokje hout. Gevraagd hoeveel zijkanten het had. De klas was het met me eens dat het er zes waren. Na mijn vraag hoeveel zijkanten er bij doorzagen bijkwamen, was men ermee eens dat het steeds meer werden bij tekens weer doorzagen. Dus dat de zuurstof er makkelijker bij kon bij fijner verdelen. Dit heb ik weer gekoppeld aan het kauwen van voedsel en genoemd/uitgelegd het begrip stofexplosie vroeger in een suikerfabriek.


2) Het branden van een stukje magnesiumlint. Geeft fel wit licht.

Op mijn vraag of iemand wel eens van magnesium gehoord had, kwam de reactie van een meisje dat ze het van de gymnastiek kende.
Toen kon ik uitleggen dat het daar niet het magnesium zelf was, maar het verbrandingsproduct (zoals ze na de proef konden zien: het witte poeder dat dan overbleef). Hierbij een echte reactievergelijking op het bord getekend en uitgelegd: 2 Mg + O2 à 2 MgO
Toen de proef gedaan met hulp van mijn assistente. Reactie massaal vanuit de klas: ‘Wauw!’.

3) De reactie tussen calcium als zeer onedel metaal met water in een reageerbuis. Het ontstane waterstof wordt dan opgevangen in een andere reageerbuis en dat geeft bij aansteken een scherpe fluittoon.

Deze proef heb ik zelf gedaan, omdat mijn assistente de proef niet kende en ik bang was dat ze van schrik de buis zou laten vallen!

Hierbij eerst verteld dat calcium super onedel is en zo graag met zuurstof wil reageren, dat het zelfs de O van H2O wil afpakken, zodat dan het zeer brandbare/ontplofbare H2 ontstaat. Ook op het bord de reactievergelijking: Ca + H2O à CaO + H2

Met het buisje even de klas ingelopen om de gasontwikkeling te laten zien en een leerling namens de klas laten voelen dat het water steeds warmer werd. Zo zagen ze ook dat de gasontwikkeling steeds heftiger werd. Direct daarna ving ik het waterstof op en stak het aan.

Reactie van een jongetje: ‘Daar schrok ik wel van. Maar mag het nog een keer?’ Bij de tweede keer: ‘Nu schrok ik niet!’.